Het schip is uit Australië vertrokken, maar het duurt nog een maand voor de nieuwe 550′ers in Rotterdam worden gelost. Wie niet meer kan wachten en uit zijn gympen sopt kan de 500 nemen. Die is op voorraad. Verschil zit hem in de binnenvoering, nog beter in de 550. Maar de 500 is al zo onwaarschijnlijk goed.
Het gaat over schoenen. En mogelijk is dit een wereldprimeur. Het zou kunnen dat op deze plek voor het eerst een journalist verslag doet van een serieuze test van een paar schoenen. Niks drie dagen erop lopen en dan je oordeel klaar. Nee, meer dan zes jaar!
Het was toeval. In een schoenenwinkel zag ik een paar doodgewone schoenen. Doodgewoon heb ik graag, een nieuwe gewone broek ook en dan alleen als wat ik aan heb op is. Ze kwamen uit Australië. Ze zaten meteen goed, liepen meteen geweldig en ik deed ze vanaf dat ik ze kocht alleen nog uit in bed en zelfs dat niet altijd.
Na een jaar waren ze nog zo goed als nieuw, ze bleven lekker lopen en de zool vertoonde niet de geringste slijtage. Ik schreef er over: het lijkt wel of ik de beste schoenen ter wereld heb gevonden. Blundstone.
Het is een 135 jaar oud merk werkschoenen. Er is nog een Australische schoen in Nederland te koop. De Red Back. Duidelijk namaak van Blundstone, zwaarder en met een aanstellerig heftig geprofileerde zool waar je ontzettend mee opvalt op verjaardagsfeestjes.
Mij is niet opvallen pas feest. Maar hoe goed zijn de Blundstones dan wel niet? Ik besloot tot een duurtest. De Consumentenbond uithangen in mijn eentje. Persoonlijk testen kan niet met verschillende merken schoenen tegelijk, je kan moeilijk tien keer door een plas stappen met telkens een paar andere aan.
Nou heb ik gelukkig ook ergens geen last van waar sommige mensen juist ernstig mee behept zijn. Nieuwe schoenen willen hebben. Steeds weer. Vijf keer per jaar en in je leven wel duizend schoenen. Liever had ik nooit nieuwe schoenen nodig. Ik heb dan ook geen rijtje staan.
Zes jaar lang heb ik op een en hetzelfde paar schoenen gelopen. De Blundstone 500, de klassieker van de Australische fabrikant. En niet zo’n beetje gelopen, maar buiten alle gangbare paden getreden. Ze zijn op zee geweest en hebben tientallen keren zout water over zich heen gekregen. In de ijskou van het noorden van Noorwegen liepen ze, in de hitte van de zanderige pampa’s van Uruguay. In slachthuizen zijn ze geweest waar bloed en vet over de neuzen gulpte.
In kaasfabrieken waren ze, bij ganzenhoeders in Hongarije, ze hielpen me door bergen vis banjeren en door varkensstront. Op rotshellingen waren ze evengoed als op de dansvloer en ik kon er bijkans mee zwemmen.
De schoenen hebben op de enkels elastiek. Dat wordt niet slap na een paar jaar gebruik en het is en blijft waterdicht. Als het water van de Maas in Limburg laag staat hoef ik de brug niet over, dan loop ik zo door de bedding naar de overkant. En nog iets moois. Moest ik ermee op visite bij een ambassadeur of een christelijke minister, dan hoefde ik alleen wat schoensmeer op de neus te doen en had niemand in de gaten dat ik helemaal zo’n nette vent niet ben als ik er uitzie.
Opeens waren ze op. Afgelopen zomer, na zes 11 jaar. Ik klom over de keien van de pier voor IJmuiden. Die zijn begroeid met kleine vlijmscherpe mosselschelpjes. Mijn schoenen werd het na al die jaren zat. Allebei tegelijk. Stukjes uit de zool lieten los. Daarmee was het nog niet voorgoed voorbij, ze zijn nog steeds waterdicht en lopen nog altijd lekker. Maar niet zo lang meer. Ik red het nog tot de 550 aankomt in Rotterdam. Die ik ook wil testen. Kan weer even gaan duren.
Bron: Wouter Klootwijk in de Leeuwarden Courant


